Voor wie werken in musea en erfgoedinstellingen in Nederland & Vlaanderen

De waarde van de vaste presentatie

Musea investeren veel energie en geld in de presentatie van de eigen collectie. Op zaal of in het depot van musea verschijnen semipermanente exposities die de collectie bij de tijd brengen en het publiek de mogelijkheid van participatie aanreiken. Maar het draait niet alleen om nieuw publiek en bezoekersaantallen. De vernieuwing van de vaste presentatie is de gelegenheid om de identiteit aan te scherpen en zich nieuw te profileren, zoals een vergelijking tussen drie musea met religieuze kunstcollecties uitwijst.

Wouter Prins, Conservator en inhoudelijk leider Museum Krona, Uden

De voor en tegens van de vaste presentatie

Te statisch, alleen interessant voor specialisten en er komt geen meer hond meer voor. Dit is in een notendop het beeld dat al jaren rondzingt over de vaste presentatie van de eigen collectie. Voorbeelden zijn er genoeg. Wie heeft er niet eens een bezoek gebracht aan een instituut als het Bayerische National Museum in München, met vitrines vol ivoren en vele kelderzalen, gevuld met Napolitaanse kerststallen? Een museum met meer suppoosten dan bezoekers. Goed, onze oosterburen kiezen wel vaker voor een meer traditionele, wetenschappelijke insteek. En zij hebben geen staatssecretaris als Halbe Zijlstra gehad. Maar ook bij ons kon en kan de eigen collectie zich in maar weinig belangstelling verheugen. Ik herinner mij een bezoek aan Museum Boijmans van Beuningen, waar ik een kwartier lang alleen in een zaal met topwerken van Bosch en Brueghels Toren kon ronddwalen, terwijl elders in het museum de mensen zich verdrongen voor tekeningen tijdens de expositie De weg naar Van Eyck.

Er zijn in Nederland en België dan ook steeds minder locaties te vinden waar de klassieke kunsthistorische indeling nog regeert. In kleine instituten als schatkamers, of grotere musea die veel toeristen trekken, schemert nog iets van een stijlgeschiedenis aan de hand van meesterwerken door. Maar de meeste instituten die niet over grote namen beschikken en/of drommen toeristen trekken, hebben de rekening opgemaakt. De chronologische indeling heeft plaatsgemaakt voor een mix, een verbinding van regionale geschiedenis en kunsthistorie. De vaste presentatie wordt gestructureerd rond verhalen, die de bezoeker kan zien, horen, lezen, meebeleven. Archeologische voorwerpen liggen naast meesterwerken, oude en hedendaagse kunst gecombineerd.

Het is zeer tijdrovend, inspannend en kostbaar om een vaste presentatie te ontwerpen die enige jaren meekan. De houdbaarheidsdatum van deze presentaties wordt binnen de betrokken musea als steeds korter ervaren. Werd vroeger 10 jaar aangehouden, tegenwoordig ligt het gemiddelde meer rond de 4-5 jaar. Toch kiezen veel musea voor deze weg om de zichtbaarheid van de collectie te kunnen waarborgen en om minder afhankelijk te zijn van tijdelijke exposities, die veel, soms te veel, vragen van de organisatie. Maar er spelen ook andere, meer fundamentele zaken.

Museum Catharijneconvent in de lente | foto Femke Lockefeer

Hieronder wordt de weg beschreven die drie musea zijn ingeslagen of dat gaan doen: Museum Catharijneconvent in Utrecht, Museum W in Weert en Museum Krona in Uden. Musea met een verschillende context en organisatie, maar met een collectie geworteld in de cultuur van het christendom.

Utrecht, Weert, Uden

Museum Catharijneconvent gaat in 2026 voor minimaal twee jaar dicht vanwege een ingrijpende verbouwing en herinrichting. Aan de basis van de plannen ligt interessant onderzoek van Marjolein Dik ten grondslag, getiteld De vaste presentatie. Aanbevelingen aan Museum Catharijneconvent voor de strategische bedrijfsvoering omtrent de vaste presentatie dat zij in 2019 in opdracht van het museum uitvoerde. Dik ondervroeg vele museumdirecteuren over hun visie op de vaste presentatie. De voors en tegens, de geringe publieke belangstelling, de verhouding tussen de vaste presentatie en tijdelijke exposities komen in haar onderzoek uitvoerig aan bod. Dik concludeert dat het grote accent op tijdelijke exposities en bezoekersaantallen de musea van binnen uitholt en dat juist de aandacht voor de vaste presentatie mogelijkheden biedt om het museum in zijn geheel nieuw te positioneren. Zij pleit voor het samengaan van een nieuwe vaste presentatie met een algehele restyling en herpositionering, zo mogelijk zelfs met een verbouwing. In haar aanbevelingen voor Museum Catharijneconvent houdt zij de directie voor dat het doelgroepenbeleid te algemeen is en dat het museum veel te winnen heeft door te focussen op het onderwijs en kinderen. De directie heeft dit advies in grote lijnen overgenomen.

Ook in Weert maakt de nieuwe vaste presentatie onderdeel uit van een grootschalige verbouwingscampagne. Na een periode van 5 jaar opende het museum in mei 2022 de deuren in het voormalig raadshuis aan de markt. Onder de nieuwe naam Museum W werden de twee musea (Jacob Horne en de Tiendschuur) geïntegreerd en de collecties van regionale en religieuze, meest rooms-katholieke aard met elkaar verbonden. De nieuwe vaste collectie beslaat het grootste deel van het museum. De indeling is thematisch, verdeeld over levensvraagstukken en zingeving. De hedendaagse kunst werkt als katalysator, laat zien dat de verhalen die ons bezighouden van alle tijden zijn, maar legt ook gevoeligheden als misbruik bloot. Weert heeft in één klap het stoffige, oude imago van zich af weten te schudden. Door de bijzondere aanbouw, maar vooral ook door de nieuwe collectiepresentatie, gebaseerd op thema’s als leven en dood, macht en het lichaam. Thema’s die ook bij de keuze voor tijdelijke tentoonstellingen een rol spelen. Er is dus sprake van een duidelijke samenhang tussen beide onderdelen.

Verbouw en herprofilering hebben ook in Uden plaatsgevonden. Tussen 2016 en 2018 werden de zalen van Museum Krona vernieuwd en werd een nieuwe ontvangstruimte opgetrokken. Maar de vernieuwing werd niet vertaald in een nieuwe vaste collectiepresentatie; die werd min of meer overbodig. In Uden lag het accent op de verheldering van de routing en de locatie en de daaraan gerelateerde identiteit. Met de keuze voor een nieuwe naam werd de verbondenheid met het kloostercomplex waarvan het museum deel uitmaakt, onderstreept. Krona, Zweeds voor kroon, verwijst naar de bekroning van de sluier van de zusters Birgittinessen die naast het museum wonen. De getoonde kunst stond voortaan in het teken van de combinatie met het klooster en de kruidentuin. Gaandeweg werd duidelijk dat de uitzonderlijke constellatie van het museum, de excentrische ligging in een oude abdij en de verbondenheid met een levende kloostergemeenschap, een vaste presentatie min of meer overbodig maakte. Ook zonder deze is er genoeg context, verhaal, historie en spiritualiteit. Te midden van dit decor maakt het museum vrijuit zijn exposities, die zich soms over alle zalen uitstrekken. En net als in Weert en binnenkort ook Utrecht is er voor de hedendaagse kunst een cruciale rol weggelegd.

De betekenis van hedendaagse kunst

In alle drie de musea speelt de hedendaagse kunst een belangrijke rol. Ook daarbuiten is dit fenomeen niet meer weg te denken. In de literatuur wordt het door elkaar heen presenteren van oude en hedendaagse kunst geduid in termen als interventie en transhistorie. In de chronologie gingen de interventies vooraf aan de transhistorische presentaties. Interventies is meer het werk van kunstenaars; vanaf de jaren 70 krijgen dezen de gelegenheid om hun eigen werk te combineren met dat van geestverwanten uit heden en verleden. In Uden bijvoorbeeld verbond Marc Mulders in 1993 laatmiddeleeuwse passiewerken, etsen van Dürer, houtsneden van Kollwitz met zijn eigen doeken. Transhistorie is meer iets van museumdirecteuren, met pioniers als Jean Clair, Jean Hubert Martin en Jan Hoet, die de interventies vertaalden naar een concept waarin oude en hedendaagse kunst in dialoog en confrontatie met elkaar worden gepresenteerd. Transhistorie is nadrukkelijker een strategie om verbanden te leggen, verhalen over de tijd heen te creëren.

Museum W in Weert | foto: Kim Roufs

In Weert is de transhistorische benadering gekozen om thema’s en verhalen aan te boren die van alle tijden zijn maar telkens anders worden verstaan en gevoeld. In Utrecht wordt de transhistorische benadering ook ingezet om demografische veranderingen aan het licht te brengen. Utrecht, het nationale museum voor de geschiedenis van het christendom in Nederland, heeft onder andere migratie als speerpunt genomen en brengt door de keuze voor migrantenkunstenaars de opmars van christenen afkomstig van buiten Nederland (al ruim 1 miljoen) onder de aandacht. In Uden zijn interventies en transhistorische exposities geleidelijk met elkaar versmolten geraakt. Uden verzamelt al sinds eind jaren 80 hedendaagse religieuze kunst. In de laatste jaren worden veel projecten vanuit ontwikkelingen in de hedendaagse kunst ontworpen. Vaak op een intuïtieve wijze.

Overeenkomsten en verschillen

De ontwikkelingen rond de vaste presentatie hebben de overeenkomsten en verschillen tussen de drie musea aangescherpt. Wie dertig jaar geleden Utrecht, Weert en Uden bezocht, kwam veelal dezelfde voorwerpen tegen: heiligenbeelden, devotionalia, kerkzilver. Er waren ook verschillen. Utrecht stond bekend om zijn fraaie handschriften en schilderijen uit protestantse milieus, Weert was nadrukkelijker verbonden met de regio en het erfgoed van de franciscanen, Uden bracht hedendaagse kunst en iconen. Maar onmiskenbaar waren het musea met kerkelijke kunst.

Dat kerkelijke is naar de achtergrond verdwenen. Groot meubilair als altaren zijn ontzameld (in Uden) of keren niet terug in de nieuwe presentatie (Utrecht), videoschermen en gekleurde wanden zijn ervoor in de plaats gekomen. De presentatie speelt ook meer in op de locatie en het museumgebouw. Weert is een stadsmuseum in het hart van de historische kern, al wil het nadrukkelijk ook interessant zijn voor bezoekers van buiten de regio. Utrecht wil met de nieuwe vaste collectie focussen op educatie en migratie en met de verbouwing het karakter van het middeleeuwse Catharijneconvent meer zichtbaar maken. Uden speelt, zonder vaste presentatie, in op de combinatie kunst, klooster, kruidentuin. Voor de exposities kan het reflecteren op een schier onuitputtelijke bron: Birgitta van Zweden (1303-1373), moeder en ordestichter, visionair en mystica, pelgrim en reiziger, Europeaan en kosmopoliet, vrouw die boven mannen uitsteeg.

Museum Krona te Uden: panorama | foto Museum Krona

Conclusie

Daarmee is de discussie over de vaste presentatie beland op een terrein waar die zou moeten worden gevoerd . Niet de bezoekersaantallen of de belasting van de organisatie die het aaneenrijgen van tijdelijke tentoonstellingen met zich meebrengt, zijn doorslaggevend. De vaste presentatie (of het ontbreken daarvan) gaat over identiteit en eigenheid, over bestaansrecht en relevantie. De antwoorden op deze vraagstukken geven niet alleen koers aan het eigen instituut, het geeft ook richting aan vormen van samenwerking. Binnen de driehoek Utrecht, Weert, Uden staat Weert het meest op zichzelf. Waar voorheen nog sprake was van concurrentie, vullen Utrecht en Uden elkaar steeds beter aan, wat heeft geresulteerd in een intensieve vorm van samenwerking op het terrein van exposities en aankopen. En uiteindelijk gaat het ook om de samenstelling van de organisaties. Willen wij kunsthistorici of historici, educatoren of kunstenaars? Vooral die laatste categorie verdient een groter aandeel in de bezetting van museumorganisaties. Want het huidige grens- en tijdoverschrijdende spel met collecties hebben wij aan de kunstenaars te danken.

 

Met dank aan de collega’s van Museum W en Museum Catharijneconvent.

Uitgelichte foto bovenaan: Museum Krona. Zaaloverzicht met werk Emma Talbot tijdens expo Aan de rand van de Hemel. Visioenen | foto: Museum Krona

LinkedIn
Facebook
X
E-mail
WhatsApp

Maak kennis met Museumpeil

Geef je op als abonnee en ontvang ons blad. Je krijgt tevens een eigen MijnMuseumpeil omgeving op de website met extra voordelen.

Museumpeil bevordert kenniscreatie en kennisdeling voor en door medewerkers (betaald en onbetaald) van musea en erfgoedinstellingen in Nederland en Vlaanderen. Museumpeil gebruikt daarvoor verschillende media: het magazine, de nieuwsbrief en dit platform.

Over Museumpeil

Wil je onze nieuwsbrief ontvangen?

©2026 Museumpeil | Disclaimer: in geval van vragen of claims omtrent copyright, neemt u contact op met info@museumpeil.eu Hero startpagina: foto van Rob Becker, Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Documentnummer 17382-95606.