Het nieuwe Grand Egyptian Museum in Gizeh, Egypte, heeft een oppervlakte van 81.000 m². Daarvan is 25.000 m² toegankelijk voor het publiek. Het museum is weliswaar kleiner dan het Louvre en het British Museum, maar nog altijd reusachtig. Het staat op een terrein van ongeveer vijftig hectare, met tuinen, een hangende obelisk, het Khufu’s Boats Museum, een conserverings- en restauratiecentrum, en parkeerplaatsen. Frans Bevers, voormalig directeur van OPERA Amsterdam, kijkt er rond met de kritische blik van een interieurarchitect en tentoonstellingsontwerper.
Een kletsnatte Ramses

Het regent bijna nooit in Egypte, maar als ik op 25 maart 2026 op weg ga naar het nieuwe Grand Egyptian Museum valt het water met bakken uit de hemel. Toen Mahmoud, de taxichauffeur, me na zeventien kilometer afzette, lachten we allebei opgelucht. Het was een hele prestatie om zonder werkende ruitenwissers in het waanzinnige verkeer van deze miljoenenstad heelhuids Gizeh te bereiken.
Eenmaal in het museum wacht de volgende verrassing: het monumentale entreegedeelte staat blank. Medewerkers in gele regenjassen zijn druk aan het dweilen, terwijl het water boven het elf meter hoge beeld van Ramses II langs de verlichtingsarmaturen naar beneden gutst. Ramses is drijfnat.
Hier en daar las ik dat het toelaten van water een bewuste keuze zou zijn. Een beetje water lijkt me acceptabel, een paar keer per jaar dweilen geen probleem. Maar dat een topstuk van boven tot onder natregent, en bezoekers zich schuifelend over de tegelvloer moeten bewegen, lijkt me niet echt een goed doordachte ontwerpbeslissing.
Grootse architectuur, ongelukkige belichting

Het ontwerp van Heneghan Peng Architects is aan de buitenzijde rijk gedecoreerd met driehoekmotieven en hiërogliefen. De ingang heeft de vorm van een half opgetilde piramide. Ook binnen zijn de decoraties nadrukkelijk aanwezig, zij het abstracter. Samen met de vele hoeken en het half-transparante dak maakt dat het gebouw visueel erg dominant. Ik kan me voorstellen dat de tentoonstellingsontwerpers daar niet altijd blij mee zijn geweest.
Voorbij Ramses bevindt zich de commerciële zone met winkels, restaurants en cafés, met daarachter een grote hal voor groepen. Ik sla dit alles over en loop meteen door naar de indrukwekkende trap, die naar de derde verdieping leidt, waar de hoofdgalerijen zich bevinden. Ook de tussenliggende verdiepingen, met onder andere een kindermuseum en tijdelijke tentoonstellingen, laat ik links liggen.

De trap is een prachtig concept: een schuin oplopende galerij met meer dan zestig monumentale beelden van farao’s en goden, tempelpoorten en sarcofagen. Ze begeleiden de bezoeker van de aardse macht, via de religie, naar het leven na de dood. Boven aangekomen zie je door enorme ramen, twee kilometer verderop, de piramides. Het is een indrukwekkende reis, nog voordat de eigenlijke tentoonstelling begint.
Mijn bewondering voor het ontwerp van de architecten en Atelier Brueckner wordt echter getemperd door de verlichting. Veel armaturen zijn laag geplaatst en verlichten de bovenkant van sokkels. Daardoor krijgt Achnaton een schaduwbaard, worden sarcofagen visueel in stukken gedeeld en veranderen farao’s in spookachtige verschijningen. Het ontgaat me waarom objecten die ooit in vol zonlicht stonden of juist in de duisternis van een graf werden geplaatst, nu van onderaf worden aangelicht, zeker als daardoor hun driedimensionaliteit verloren gaat.
Een doolhof van schatten
Al bij de eerste stap in de hoofdtentoonstelling raak je geïmponeerd door de hoeveelheid objecten die je omringen. Het geheel bestaat uit twaalf zalen die zowel in de lengte (vier) als in de breedte (drie) met elkaar verbonden zijn. In de lengterichting is de ordening chronologisch, van de prehistorie tot de Grieks-Romeinse periode. In de breedte zijn de galerijen thematisch georganiseerd rond samenleving, koningschap en geloof. Daarnaast zijn er ondergronds vier zogenaamde caves met onderwerpen, zoals de Valley of the Kings en Underwater Cities.
Op papier is dit een logische en heldere structuur. In de praktijk merk ik dat ik die al snel uit het oog verlies. Het Galleries Plan zou moeten helpen bij het navigeren door duizenden jaren geschiedenis: er staan verschillende routes op de folder aangegeven. Maar de plattegrond doet eerder denken aan een flipperkastdiagram. Ik vermoed dat de meeste bezoekers zich, net als ik, laten leiden door hun ogen: je loopt van het ene prachtige object naar de andere fascinerende vitrine. De zalen zijn vanwege hun afmetingen en ligging nooit in één oogopslag te overzien en je raakt, zeker bij een eerste bezoek, de onderlinge samenhang gemakkelijk kwijt.
Vitrines in de schaduw van de architectuur
In de dominante architectonische omgeving winnen de vitrines niet altijd de strijd met het gebouw. De verhouding tussen vitrines, schuine wanden en opvallende vloerpatronen roept vragen op. Maar misschien zijn dat de observaties van een ontwerper. Naar mijn idee hadden de vitrines onderling meer ruimtelijke samenhang mogen hebben. Ook zijn ze vaak van gelijke hoogte. Op sommige plekken wordt dit doorbroken door grote kubusvormige volumes die boven de opstellingen hangen en de objecten van binnenuit verlichten – een geslaagde ingreep.
De tienduizenden objecten worden verder vrij traditioneel gepresenteerd, zowel in vitrines als in de open opstellingen. De nadruk ligt sterk op de kwaliteit van de collectie en minder op context. Verspreid door het museum bevinden zich multimediale installaties en diorama’s die inhoudelijke thema’s toelichten. Ze zijn niet altijd geslaagd: de informatieve waarde is vaak beperkt en visueel overtuigen ze lang niet altijd. Bovendien is het de vraag of bezoekers, overweldigd door de hoeveelheid objecten, de tijd zullen nemen om erbij stil te staan.
Drie musea, drie manieren van kijken
In totaal loop ik, verspreid over twee dagen, tien uur rond in het museum,. Tussendoor bezoek ik ook de twee andere musea in Caïro die gewijd zijn aan de Egyptische oudheid.

Het Egyptian Museum op het Tahrirplein bevindt zich duidelijk in een overgangsfase. Veel objecten zijn verhuisd naar het Grand Egyptian Museum en het National Museum of Egyptian Civilization. Sommige zalen zijn halfleeg, maar het museum heeft zijn charme behouden: een enigszins chaotische presentatie waarin je van de ene verrassing in de andere valt. Het is eerder een ontdekkingstocht dan een publieksgerichte presentatie. Zo ontdek ik tot mijn vreugde ergens in een hoekje de vitrine met het houten beeld (2500 v.Chr.) van Ka’aper, ook wel Sheikh el-Balad genoemd. Het is een opmerkelijk realistisch beeld met ogen die je echt lijken aan te kijken – een werk dat ik sinds mijn eerste bezoek nooit ben vergeten.
Het in 2021 geopende National Museum of Egyptian Civilization vormt een waardevolle aanvulling op het nieuwe museum in Gizeh. De presentatie, ontworpen onder leiding van de Japanse architect Arata Isozaki, is thematisch, maar ook hier blijft de chronologie leidend. De tijdslijn wordt hierbij doorgetrokken tot het Koptische en islamitische Egypte. Op de benedenverdieping bevindt zich de Royal Mummies Hall, waar 22 koninklijke mummies in een donkere, bijna grafachtige setting worden getoond. Dat je niet naar objecten, maar naar echte lichamen kijkt van duizenden jaren oud, is indrukwekkend en maakt je stil.
De mummies zijn vijf jaar geleden tijdens de Golden Parade of the Pharaos in een spectaculaire optocht van het Egyptian Museum naar deze plek gebracht. De mummie van Toetanchamon was daar niet bij. Die is in de Vallei der Koningen gebleven, maar alles wat in zijn graf is aangetroffen is naar Gizeh verplaatst.
Toetanchamon: van stille ontmoeting naar een stroom van fotomomenten
Waar ik in 2002 in het Egyptisch Museum nog relatief rustig oog in oog stond met het gouden masker van Toetanchamon, is dat in het nieuwe Grand Egyptian Museum anders. In de galerij worden bezoekers, telefoons in de aanslag, door publieksbegeleiders in een gestage stroom langs het object geleid. De kijktijd staat ongeveer gelijk aan de sluitertijd.
De Toetanchamon-galerij is een indrukwekkende ervaring. Voor het eerst zijn alle objecten uit het graf – meer dan vijfduizend – bij elkaar gebracht in een ruimte van 7000 m². Hier winnen de opstellingen het duidelijk van het gebouw. De vitrines vormen een heldere structuur, geholpen door de verduisterde ruimtes die nodig zijn vanwege de kwetsbaarheid van de objecten. Door toelichtende teksten en speciale installaties is er veel aandacht voor geschiedenis en context.
Ook hier blijkt de informatiefolder met routesuggesties eerder verwarrend dan behulpzaam. De opzet van de tentoonstelling en de groepering van de objecten zijn lineair, met een verhaallijn die de fasen van het leven van de koning volgt en eindigt in het hiernamaals. Maar de toegang bevindt zich, enigszins ongelukkig, halverwege. Het gouden masker vormt het slot van de route en wordt door de bezoeker in de meeste gevallen van achteren benaderd. Het kijkt weg vanuit het graf. Dat lijkt een symbolische keuze, maar heeft ook praktische voordelen: de fotograferende bezoekers staan minder in de weg.
Ramses II: van de open lucht naar het museum
Ik koop een oude ansichtkaart van het standbeeld van Ramses II, zoals het ooit voor het station van Caïro stond. In 2006 werd het onder grote publieke belangstelling naar Gizeh verplaatst – een bijna ceremoniële gebeurtenis, een koninklijke uitvaart. Het zet me aan het denken over de aanwezigheid van cultureel erfgoed. Het is nogal een verschil of je dagelijks, wordt geconfronteerd met het gezicht van het oude Egypte, of dat je er speciaal voor naar een museum moet reizen 17 km verderop.

Uit de tijd dat ik met OPERA Amsterdam voor het Petrie Museum of Egyptology in Londen werkte (2004), herinner ik me dat curator en egyptoloog Stephen Quirke benadrukte dat Egypte gezien moet worden als een land in het heden. ‘Egypte is niet alleen zijn geschiedenis’, hield hij ons voor. Het nieuwe Grand Egyptian Museum, met zicht op de piramides, lijkt ons op een overweldigende manier van het tegendeel te willen overtuigen.
Maar de conclusie moet zijn: voor iedereen met interesse in de Egyptische geschiedenis is een bezoek aan dit museum eigenlijk verplicht.
Auteur: Frans Bevers
Uitgelichte foto bovenaan: Blik op de piramides vanuit het Grand Egyptian Museum in Gizeh. Foto Frans Bevers.
Foto’s van Djehouty en Zezinho68 gepubliceerd onder creative commens license.